Welzijns instituut Nickerie

 

 

 

 

 

 

Alle jongeren een kans: jeugdhulpverlening in Nickerie

 

“Het is in ons aller belang dat de jongeren weer een toekomstperspectief hebben”

 

 

 

 

De opzet van een leer-werkproject voor meisjes waarvan de psychosociale ontwikkeling stagneert

 

 

Welzijns instituut Nickerie, juli 2004

 

 

 

1 Vooraf:  het Welzijns instituut Nickerie

 

WiN

De stichting Welzijns instituut Nickerie (WiN) is opgericht op 20 juni 2003 en gevestigd in Nieuw Nickerie. De twee stafmedewerkers van WiN waren al enige jaren actief in Nickerie. Initiatiefnemers tot een bundeling van krachten via de oprichting van WiN waren het Streekziekenhuis Nickerie en de Stichting Perspektief voor Jongeren. WiN heeft een vaste counterpart in Nederland: de Stichting Perspektief in Den Haag.

 

WiN stelt zich ten doel bij te dragen aan de bevordering van de kwaliteit van welzijn en zorg in Nickerie. Dat doel wordt nagestreefd langs een aantal lijnen. WiN probeert steeds beleidsbeïnvloeding te verbinden met deskundigheidsbevordering op lokaal en uitvoerend niveau.

Een van de programma’s van WiN is de opzet van de jeugdhulpverlening in Nickerie. Onderdeel van dat programma zijn de twee leerwerkprojecten die hierna worden toegelicht.

 

De leer-werkprojecten

De leer-werkprojecten vormen voor WiN proefprogramma’s: ze zijn hulp en experiment tegelijk. Het is voor het eerst dat dergelijke projecten in Suriname worden opgezet en ze zullen ongetwijfeld “al werkende weg” bijstellingen behoeven.

De eerste ervaringen liggen er intussen al. Ze pleiten voor een geleidelijke invoering van zulke projecten[1].

 

Het ligt in de verwachting dat Nickerie, vanwege haar kleinschaligheid, een goede basis vormt voor het ontwikkelen van een programma als hieronder beschreven. WiN hoopt met de leer-werkprojecten een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van hulpverleningsprogramma’s gericht op het ontwikkelen van een maatschappelijk toekomstperspectief voor jongeren die op twee fronten dreigen uit te vallen: maatschappelijk en psychosociaal.

 

Daarmee wil WiN recht doen aan een van haar doelstellingen: “Alle jongeren een kans”, met name de kansarme!

 

WiN evalueert haar programma’s met behulp van effectmaten, waaronder de Child Behavior Checklist (CBCL) en de Competentiebelevingsschaal (Alcos 12). WiN doet bovendien, parallel daaraan, onderzoek naar de normering van deze effectmaten.

 

 

 

2 Startsituatie en probleemstelling

 

De situatie van meisjes in Nickerie is in het algemeen verre van rooskleurig. Net als dat het geval is bij jongens, verdwijnen veel meisjes vroegtijdig uit het onderwijssysteem en daarmee worden ze voor een deel van de samenleving “onzichtbaar”. Dat geeft, zoals we nog zullen uitleggen, reden tot ongerustheid.

 

 

Onderwijs en ontwikkeling

Onderwijs wordt in het algemeen en ook door WiN beschouwd als een essentiële voorwaarde bij de bestrijding van armoede, bij een duurzame inschakeling in het arbeidsproces, voor de empowering van meisjes en vrouwen, voor het bevorderen van de mensenrechten in het algemeen en voor participatie aan democratie. Onderwijs en emancipatie gaan naar de opvatting van WiN hand in hand.

 

WiN hecht dus zeer veel waarde aan goed onderwijs en aan het volgen van onderwijs.

In dit opzicht moet men zich over de onderwijssituatie in Suriname ernstige zorgen maken. De resultaten van het onderwijs in Suriname laten namelijk kwalitatief en kwantitatief zeer te wensen over.

Enkele gegevens:         

Ø      bijna één op de vijf scholieren die begonnen is in de eerste klas van de lagere school, kwam niet terug in de tweede;

Ø      van degenen die ooit begonnen zijn in het lager onderwijs  behaalt slechts 48% het diploma;

Ø      van degenen die ooit begonnen zijn met het MULO of LBGO behaalt slechts 50% het diploma.

 

De gevolgen zijn o.a. zeer hoge percentages drop-outs en zittenblijvers[2].

 

Precieze cijfers ontbreken, maar de indruk bestaat dat met name meisjes in Nickerie die niet meer naar school gaan, kinderarbeid verrichten. Onlangs trok de Surinaamse vakbeweging daarover nog aan de politieke bel[3]. Men noemt: werken in huis, werken op de rijstvelden, werken in de prostitutie.

In dit verband moet er rekening mee worden gehouden dat de armoede groot is: met name in de polders van Nickerie. Het gemiddelde maandinkomen bedraagt waarschijnlijk minder dan Euro 200.

Daarbij komt dat kinderen in Suriname maar tot hun 12e jaar leerplichtig zijn, Ze mogen vanaf hun 14e jaar werken. Er is geen controle vanuit een schoolbegeleidingsdienst. Op hetgeen kinderen doen tussen hun 12e en hun 14e (als ze niet meer naar school gaan) is eveneens geen extern toezicht.

 

Het Comité inzake de Rechten van het Kind (CRC) van de Verenigde Naties beval in 2000 aan om de leerplicht te verlengen en op die manier kinderen binnen het onderwijssysteem te houden. Op deze wijze wordt niet enkel de leerontwikkeling bevorderd, maar kunnen kinderen ook enigszins worden beschermd tegen uitbuiting.

Suriname heeft daartoe echter nog geen maatregelen getroffen – wellicht vanwege de kosten die een en ander voor de overheid en ook voor de ouders met zich mee brengt.

 

Het ontbreekt ons aan nauwkeurige cijfers over het aantal meisjes dat de school voortijdig verlaat. Op grond van een ruime steekproef vermoeden we echter dat dit aantal ongeveer gelijk is aan het aantal jongens dat de school voortijdig verlaat[4].

Die situatie houdt vooral voor meisjes in de uitgestrekte Nickeriaanse polders dus in:

a)      thuis of op het land werken (groenteteelt en pluimvee)

b)      maar zeker ook mogelijk vroegtijdig worden uitgehuwelijkt,

c)      dientengevolge een stagnerende psychosociale ontplooiing en

d)      een achterblijvend emancipatieproces.

 

Dit verdient enige toelichting.

 

De benarde positie van Hindoestaanse meisjes in Nickerie

Vooral in het Hindoestaanse deel van de gemeenschap (70% van de bevolking) nemen meisjes nog een tweede rangs-positie in. Hun taak is vooral dienstverlenend te zijn ten opzichte van hun vader en broers en – zodra ze zijn getrouwd  - ten opzichte van hun echtgenoot en diens familie. Meisjes dienen na het huwelijk de band met de eigen familie te verbreken. Ze worden werkelijk weggegeven.

Hun waarde ligt vooral in de competentie die vast zit aan de taak die ze in de familie dienen te vervullen. Meer individuele gevoelens van eigenwaarde worden weggehouden.

Men moet bedenken: meisjes mogen vanwege een bijzonder recht voor belijders van het Hindoeïsme en de Islam al vanaf hun 15e jaar in het huwelijk treden. Meestal is nog sprake van uithuwelijking.

In feite gaat het dus nog om kinderen, van wie een grote aanpassing aan de sociale, familiaire druk wordt verwacht. In de huwelijksrelatie zelf worden ze veelvuldig uitgebuit, er moet meestal hard worden gewerkt, ze worden vaak nog opgesloten, ze zijn volledig afhankelijk van de familie van de echtgenoot en er is eigenlijk nauwelijks een weg terug naar een levenswijze die wij zouden kenschetsen als een “normale adolescentie”.

Om aan die beknellende situatie te ontsnappen proberen vele meisjes in het onderwijssysteem te blijven. Helaas lukt dat een groot deel van hen dus niet.

 

Voldoen meisjes niet aan de sociale norm, dan volgen zeer vaak:

a)      mishandeling en vervolgens

b)      verstoting uit de “nieuwe” familie.

 

Indien de aanpassing aan de nieuwe situatie niet lukt, hangt veel af van de wijze waarop de eigen familie van een meisje reageert. Formeel kan een meisje niet terug, dus ook de familie gedraagt zich “onaangepast” wanneer ze een meisje toch weer terug neemt.

Een meisje dat geen maagd meer is, is naar het maatschappelijke oordeel geen goede aanstaande huwelijkspartner meer. Dat legt een druk op de eigen familie – een druk die niet enkel afkeuring inhoudt, maar die ook financieel van aard is: men moet het meisje dus veel langer verzorgen.

 

Veel hangt af dus af van de waarde die de eigen familie hecht aan de autonome wil van een meisje dat zich niet kan of wil conformeren aan de normen in de gemeenschap.

In het algemeen is het in Nickerie nog zo, dat meisjes geacht worden de familie-eer hoger te stellen dan de eigen eer.

 

Maar ook families zelf oefenen dus soms druk op een meisje uit om het gezin financieel te ondersteunen door te gaan werken – het maakt soms niet uit hoe. In die situatie zijn ze ernstig at risk om hetzij te worden misbruikt in andere omstandigheden[5], hetzij maatschappelijk vast te lopen.

 

In die omstandigheid komen we hen op de EHBO van het Streekziekenhuis nogal eens tegen vanwege het feit dat ze een suïcidepoging hebben gedaan. Onderzoek van WiN toont aan dat het aantal suïcidepogingen in Nickerie al jaren tweemaal zo hoog is als elders in Suriname. Vooral jongeren met een lage opleiding en afkomstig uit de polders zijn at risk[6].

 

WiN hecht dan ook, met het Comité voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties, grote waarde aan inspanningen om de onderwijssituatie te verbeteren. WiN zet op dat gebied projecten op.

 

Maar WiN heeft ook oog voor de realiteit van meisjes in de leeftijd van 14 tot 20 jaar. Die realiteit is: een groot risico op een psychosociale deadlock, op een te snelle afsluiting van de psychosociale ontwikkeling die hen later in grote moeilijkheden brengt. Tenzij het ons lukt om meisjes meer kansen te verschaffen op voortzetting van hun ontwikkeling via een redelijke zelfredzaamheid  en autonomie. Een leer-werkproject kan daartoe bijdragen.

 

 

 

3  Doelstelling van het leer-werkproject voor meisjes

 

 

Het leer-werkproject voor meisjes moet aan meisjes, van wie de psychosociale ontwikkeling vast is gelopen dan wel vastloopt, een kans bieden om zich middels scholing en werk verder te ontplooien.

 

 

Het project richt zich op:

 

Versterking

Vermindering

Autonomie

 

 

Cognitieve vaardigheden

 

 

Risico traumatische levenservaringen

 

 

 

 

Vroegtijdige afsluiting van de ontwikkeling

Sociale vaardigheden

 

 

Kansen op duurzame deelname aan arbeidsmarkt en verwerving inkomen

 

 

4  Doelgroep

 

 

Het project richt zich met name op meisjes in de leeftijd van 14 tot 20 jaar, voor wie het beeld geldt zoals geschetst in de probleemstelling. Het project richt zich derhalve op kwetsbare meisjes omdat ze in het algemeen:

 

a)      een lage opleiding hebben

b)      voortijdige schoolverlaters zijn

c)      zich om persoonlijke en/of sociale redenen niet verder kunnen ontplooien

d)      een relatief laag niveau van fysiek en psychisch welbevinden en competentie hebben

e)      gedragsproblemen dan wel symptomen van een depressie hebben

f)        het risico lopen maatschappelijk of sociaal traumatische ervaringen op te doen.

 

Kort gezegd gaat het om meisjes met een hoge kwetsbaarheidfactor en een groot risico op uitbuiting en traumatisering, bij wie de emancipatie een sterke impuls behoeft.

 

 

5      De doelgroep gekwantificeerd

 

Omvang

WiN hecht veel waarde aan een voorzichtige opbouw van haar leer-werkprojecten. De situatie in Nickerie kennende, is dat zeker verstandig.

Nickerie is een relatief kleine gemeenschap met een sterke sociale controle en vanuit de armoede een sterk rivaliteitgevoel. Ontwikkelingsprojecten worden daarom in het algemeen met enige argwaan bekeken. Ook de deelnemers aan projecten worden nauwkeurig gevolgd, door de gemeenschap en door de eigen familie. Daarbij komt dat een leer-werkproject een groepsproject is. Zoals in elke groep bekijken de groepsleden elkaar eveneens nauwkeurig en vaak ook met de nodige argwaan – vooral waar het gaat om ondergestimuleerde en soms regelrecht verwaarloosde mensen met een betrekkelijk lage opleiding. Zij zijn, meer dan jongeren die wat sterker zijn in het verwoorden van hun gevoelens en in abstract denken, geneigd tot ageren.

Daarom is het belangrijk:

 

a)      zorg te besteden aan een goed contact met de familie van een projectdeelnemer

b)      zorg te besteden aan  inbedding in de gemeenschap om een project heen

c)      zorg te besteden aan de geleidelijke opbouw van een groep projectdeelnemers.

 

Het vergt dus tijd en geduld om projecten goed in de gemeenschap te verankeren.

 

WiN wil daarom, net als ze dat doet in het leer-werkproject voor jongens, het leer-werkproject voor meisjes geleidelijk opbouwen en vervolgens uitbreiden.

 

Vanuit die opstelling is het uitgangspunt: elk project kan ongeveer vijf deelnemers accomoderen.

 

WiN wil starten met een eerste leer-werkproject voor meisjes, gebonden aan een actuele situatie: de start van een centrum voor dubbelgehandicapte kinderen.

WiN streeft in principe naar geleidelijke uitbreiding van het aantal leer-werkprojecten – afhankelijk van positieve evaluaties na een jaar.

 

Screening en evaluatie

Omdat bepaalde interventies onder bepaalde omstandigheden goed werken bij bepaalde risicogroepen zal altijd screening nodig zijn en toesnijden van een programma op een individueel kind of jongere[7]. Screening naar risico en naar toewijzing zal dus deel uit maken van een selectieproces voor het leer-werkproject. WiN maakt daarbij gebruik van de – in februari 2004 gestarte – afdeling psychologie aan het Streekziekenhuis. Deze afdeling wordt vanuit WiN gesuperviseerd. In samenwerking met diezelfde afdeling zal ook het effect van het project op de deelnemers worden geëvalueerd.

 

Neveneffect

WiN onderschat geenszins het effect van een leer-werkproject op de familie van een deelnemer. De ervaring met het eerste leer-werkproject voor jongens wijst er op, dat ook de familie “opgeschud” wordt en in toenemende mate gaat deelnemen aan het sociale leven.

Indirect bevordert het leer-werkproject dus gezinsverbanden en samenlevingsopbouw.

 

 

6  Aard van de activiteiten

 

 

Uitgangspunten

Het leer-werkproject voor meisjes steunt op twee pijlers: onderwijs en werk.

De meisjes voor wie leer-werkproject bestemd is moeten zeker veel leren indien we de doelstelling van het project in gedachten houden. 

Enkele afgeleide aspecten - en tevens individueel toegesneden leerdoelen - van de doelstelling zijn:

-         het eigen maken van morele waarden,

-         sociale omgangsregels hanteren,

-         inclusief de daarvoor benodigde cognitieve en affectieve competenties verwerven,

-         het leren omgaan met een dagstructuur en de regels die daarbij horen,

-         in toenemende mate in het eigen onderhoud kunnen voorzien.

 

De meisjes voor wie het leer-werkproject bestemd is, verkeren per definitie in een achterstandsituatie. Rekening moet gehouden met de mogelijkheid dat vele van hen daadwerkelijk helaas al zijn getraumatiseerd. Het is te verwachten dat alle meisjes een tekort hebben aan interne en externe protectieve factoren. Zaken als deze bepalen dus mede de taakstelling voor de projectleiding.

 

Operationalisatie

Het leer-werkproject voor meisjes wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Stichting voor Gehandicapten in Nickerie. Deze Stichting beheert een centrum voor kinderen met een verstandelijke handicap.

 

Het project kenmerkt zich door activiteiten op drie gebieden die nauw met elkaar verbonden zijn:

a)      opleiding

b)      werk/stage

c)      coaching

 

Ad a):

Aan opleiding worden twee dagdelen besteed.

Op grond van de screening wordt een individuele taakstelling afgesproken. In grote lijnen is deze identiek aan de werkwijze die wordt gehanteerd in het leer-werkproject voor jongens.

 

De deelnemers in het project krijgen onderwijs in de vakken rekenen, taal en algemene ontwikkeling.

 

Bij algemene ontwikkeling komen naast geschiedenis, burgerschapskunde en economie vooral gezondheidszaken (voeding, HIV/AIDS, alcohol en drugs e.d.) aan de orde.

Het onderwijs in de sfeer van zorg zal sterk gebruik maken van de ervaringen die in de stagepraktijk worden opgedaan.

Het onderwijs wordt overwegend gegeven op LBGO-niveau en heeft als ambitie de deelnemers voor te bereiden op mogelijk latere deelname aan een MBO-opleiding zorg.

 

WiN zet in samenwerking met enkele andere instanties[8] in Nickerie een MBO-opleiding zorg op. Deze opleiding richt zich op drie werkvelden: bejaardenzorg, zorg voor gehandicapte kinderen, thuiszorg. De opleiding gaat in september 2005 van start.

 

Met de deelnemende meisjes zal individueel worden gewerkt aan de opzet van een arbeidsloopbaan in een van deze drie werkvelden. Het programma voor meisjes richt zich dus vooral op leerstof waarin ‘zorg” centraal staat.

 

Het kenmerk van leren zal zijn ‘spelend leren’. Iedereen wordt “op maat” bijgeschoold in de vakken rekenen en taal. Het vak algemene ontwikkeling zal meer groepsgewijs worden aangeboden. Ook zal er veelvuldig van de computer gebruikt gemaakt worden en wordt er structureel tijd ingelast voor groepsgesprekken, sociale vaardigheden en spel, een en ander gebonden aan de individuele programma’s.

 

Ad b):

Aan werk/stage-activiteiten worden zes dagdelen besteed.

De deelnemers aan het leer-werkproject worden ingezet op het Centrum voor kinderen met een verstandelijke handicap in Nickerie[9]. Ze krijgen vanuit WiN een vaste mentor die voor de begeleiding zorg draagt. Ze worden afwisselend ingezet bij:

a)      de activiteiten van de dag- en nachtvoorziening,

b)      het dagverblijf en

c)      in een later stadium de schoolse activiteiten.

 

Ze krijgen de positie van assistent-verzorgster en ondersteunen het vaste personeel bij:

a)      de dagelijkse zorg voor de geplaatste kinderen

b)      het spelen van en met de kinderen

c)      het leren observeren van typische gedragingen en behoeften van de geplaatste kinderen

d)      het vervolgens zoeken naar aanknopingspunten voor stimuleringsprogramma’s voor de geplaatste kinderen

e)      in een later stadium schoolse taken.

 

WiN draagt er zorg voor dat de praktijkervaringen geleidelijk verbonden gaan worden aan theoretische noties. Het ligt daarom in de verwachting dat juist de zorg voor en de omgang met gehandicapte kinderen voor de geplaatste meisjes een belangrijke en waardevolle leerervaring zal worden.

 

 

Ad c):

Voor de coachingsactiviteiten wordt een dagdeel per week uitgetrokken. Deze tijd is bestemd voor individuele coaching, voor groepsgesprekken, voor familieoverleg en bezoeken aan andere instellingen. Mogelijk zal op indicatie ook individuele counseling georganiseerd worden.

 

WiN draagt zorg voor alle begeleiding.

WiN zorgt voor de afstemming tussen de mentor van de onderwijscomponent en de mentor van de stagecomponent.

Centrale gesprekspunten vormt de evaluatie ten aanzien van:

-         het oppakken van de psychosociale ontwikkeling

-         de communicatie met de directe  omgeving.

 

WiN draagt eveneens zorg voor “family conferences” en alle andere vormen van sociale interventie die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling en de emancipatie van de deelnemers in het project.

 

Periode

De periode waarin een meisje in het leer-werkproject kan participeren varieert, maar zal doorgaans tussen zes maanden en maximaal twee jaar liggen. In essentie wordt de duur van deelname bepaald door:

a)      de ontwikkeling van het deelnemende meisje  en

b)      de bestendigheid van een reguliere baan dan wel studie.

 

Aanmelding

Aanmelding kan langs verschillende wegen geschieden:

1)      zelfstandige aanmelding bij WiN.

2)      via het consultatie-overleg met de scholen

3)      via de wijk- en buurtcentra.

 

 

7 Beoogd resultaat:  de te ontwikkelen vaardigheden

 

De algemene doelen: versterking van autonomie, sociale en cognitieve vaardigheden en verminderen van het risico op traumatisering en afbreken van de psychosociale ontwikkeling, worden als volgt bereikt.

 

Professionele vaardigheden

De meisjes ontwikkelen onder begeleiding van ervaren krachten professionele vaardigheden in de begeleiding van kinderen met een handicap, waarvan bovendien meerdere kinderen meervoudig gehandicapt zijn.

Ze kunnen plezier krijgen in het werk zodra er een gevoel van competentie ontstaat en bovendien omdat ze het nut er van kunnen zien. En dat plezier leidt er toe dat ze gemotiveerd werken aan de opdrachten. Bovendien versterken ze hun kansen op de arbeidsmarkt.

Meisjes leren een vak.

 

Cognitieve vaardigheden

De meisjes ontwikkelen cognitieve vaardigheden zoals rekenen, taal en algemene ontwikkeling, in eerste instantie veelal op het niveau van het gewoon lager onderwijs en vervolgens in de sfeer van het LBGO.

Het onderwijs moet nauw aansluiten bij het bestaande niveau en het moet stimulerend zijn, zodat de nieuwsgierigheid wordt geprikkeld en leren boeiend wordt. Plezier in leren ondersteunt de motivatie tot kennisvermeerdering.

De meisjes zullen ook leren om participerend te observeren. Dat zal een moeilijke taak zijn, maar eenmaal als vaardigheid verworven kan men verwachten dat die vaardigheid ook elders kan worden ingezet – bijvoorbeeld bij de zelfobservatie.

Meisjes versterken hun cognitieve mogelijkheden.

 

Sociale vaardigheden

De deelnemende meisjes zullen een aantal sociale vaardigheden leren. Die liggen op het gebied van het contact met kinderen, met leeftijdsgenoten en met volwassenen (teamleden, ouders van geplaatste kinderen).

Ze kunnen zich niet onttrekken aan deze contacten. Ze worden daarbij begeleid (gecoached) en zo leren zij op een actieve manier hoe ze zich constructief kunnen verhouden tot hun omgeving. De verwachting is dat het gevoel van eigenwaarde en trots daardoor een stevige impuls krijgt.

Meisjes leren samenwerken en groeien in een gevoel van identiteit.

 

Maatschappelijke betrokkenheid door participatie

Naar het oordeel van WiN ontwikkelen jongeren in het algemeen een prosociale houding, zodra ze daadwerkelijk mee vorm geven aan de leefomgeving en het leefklimaat. De sociale leertheorie geeft onder andere aan dat vooral jongeren in de puberteit een existentiële behoefte hebben aan ‘erbij horen’[10]. Jongeren worden via het leer-werkproject actief  betrokken bij de toekomst van henzelf en van hun gemeenschap. Op die manier  leren zij deel te nemen aan gemeenschapsopbouw en ontwikkelen gemeenschapszin.

Meisjes leren democratisch burger te worden.

 

Ondernemingsvaardigheden

Van elk leer-werkproject maakt de ontwikkeling deel uit van zakelijk inzicht en van ondernemingsvaardigheden.

Zorg kost de samenleving geld. Maar goede zorg levert ook geld op: gezonde mensen presteren beter. Onderdeel van het programma voor meisjes zijn bijvoorbeeld vragen als: hoe en hoeveel betaalt een samenleving aan de zorg voor haar meest kwetsbare groepen? Hoe draait een organisatie in de zorg financieel? Hoe ziet een budget er uit?

 

Dit alles zal uiteindelijk er in moeten resulteren dat de jongeren - nadat ze het programma doorlopen hebben - weer een toekomstperspectief hebben doordat ze ‘aantrekkelijke’, realistische medewerkers zijn voor een bedrijf, met enig organisatorisch en financieel inzicht in bedrijfsprocessen.

Meisjes leren zicht te krijgen op hun sociaal-economische positie en ze leren hoe ze deze  kunnen versterken.

 

 

8  De verantwoordelijke organisatie

 

Het project zal worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Stichting WiN.

 


 

 



[1] De eerste tussenevaluatie verschijnt september 2004.

[2] De gegevens zijn ontleend aan het rapport “Situatie analyse van kinderen in Suriname”  van het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, uitgebracht in 2001. Ze vormden voor de Stichting Perpektief de basis om in samenwerking met 3 NGO’s in Nickerie (OCON, Jai Hind en JOPO) het project “huiswerkbegeleiding’ te starten. De Stichting OCON is onlangs begonnen  met een project ‘voorleesochtenden’ voor peuters.

[3] Zie: De Ware Tijd van 27 juli 2004.

[4] Zie Vahl, Jansen en Klaver: Een studie naar de psychosociale situatie van de schoolgaande jeugd in Suriname. Vrije Universiteit Amsterdam 2003. De studie werd vanuit WiN begeleid. Ongeveer 1000 kinderen werden geïnterviewd.

[5] Met name prostitutie en koerierswerk in drugshandel.

[6] Zie bijvoorbeeld Ramsoedt-Badloe en Graafsma (2004): Suicidepogingen en suicide in Nickerie (in press).

[7] Zie bijvoorbeeld Palmer, 1994.

[8] Met name: Het Ministerie van Sociale Zaken en Volksontwikkeling, de Stichting Betheljada te Paramaribo, het ….te Vlaardingen en het ROC te Nijmegen. 

[9] Deze voorziening wordt door WiN opgezet in nauwe samenwerking met de Stichting voor Gehandicapten in Nickerie.

Aan dit project wordt intensieve medewerking verleend door de Stichting Paus Johannes XXIII te Rotterdam.  “De Paus” draagt zorg voor deskundigheidsbevordering van het personeel middels professionalisering ter plaatse.

 

De bouw van het centrum, dat een ZMLK-school (voor ongeveer 30 kinderen), een dagcentrum (voor ongeveer 20 kinderen) en een dag- en nachtvoorziening (voor ongeveer 12 kinderen) zal gaan omvatten, is intussen begonnen.  De school is operationeel. De andere delen van het Centrum worden in fasen in de tweede helft van 2004 operationeel.

 

Aan de financiering van de bouw draagt vooral het Nederlandse Amantiafonds bij. Het Community Development Fund Suriname (CDFS) draagt bij aan de renovatie van de school en aan het aanbrengen van een omrastering. Aan de inrichting van het Centrum draagt daarnaast ook de Stichting Katholieke Noden bij. 

 

[10] Zie ook Graafsma, 2001; Vedivo, 2002.